top of page
Zoeken

Onklopbaar! Tiranisu op ‘de Zondag’...(deel II)

Bijgewerkt op: 3 dagen geleden

Beste medereizigers


In deel 1 van de blog Onklopbaar! Tiranisu op ‘de Zondag’' kon je lezen dat te midden van de zondagse drukte in een ambachtelijke Limburgse bakkerij mijn oog viel op een gratis krantje. Meer nog, mijn inmiddels goed getraind oog ontdekte eveneens de subtiel getoonde symboliek achter de lang verborgen gehouden agenda die zich vandaag ontvouwt zonder dat ‘het kranten lezende publiek’ het doorheeft. De blik op de wereld kan men inderdaad met een krant verduisteren. Hoe mijn ontdekking in de bakkerij ontvangen werd en het daaropvolgende gesprek met een andere wachtende kun je lezen in dit tweede deel...


 

Afb: Close-up foto van de Saturnustattoo. Degenen die al diep het konijnenhol ingedoken zijn zullen misschien een idee hebben waarvoor de andere tattoo - die maar voor de helft getoond wordt - zou kunnen staan.



Onklopbaar! Tiranisu op ‘de Zondag’...(deel II)

 

-“Meneer, als je er het vergrootglas oplegt zul je waarschijnlijk nog veel meer zaken ontdekken. Je kunt overal iets achter zoeken, he! En wat is er mis met die planeet?” Haar vraag verlangde duidelijk geen antwoord. Ze rechtte opnieuw haar rug en staarde over de schouders van klanten richting de gebaksvitrine alsof ze bezig was haar keuze te maken voor welke patisserie ze dit weekend zou gaan. Desalniettemin dacht ik dat het van belang was terug contact met haar te krijgen. Elke mens die ontwaakt in deze ‘eindtijd’ is van belang, nietwaar?

-“Saturnus wordt inderdaad beschouwd als een planeet maar is feitelijk een dwergster, een gasreus met een lagere dichtheid dan water. Maar los van de ‘wetenschap’, wat als ik u nu zeg dat machten achter de schermen ons al duizenden jaren misleiden en manipuleren via symboliek omdat ze weten dat deze matrixsymbolen subliminaal invloed op ons hebben. Dus je hoeft er geeneens bewust naar te kijken om het in je geest in te laden om er negatief door beïnvloed worden.” Ze wendde haar blik weg van al dat geëtaleerde lekkers in de vitrine en sprak me luchtig aan:

-“Haha, nu probeert u me een poets te bakken!?”

-“Nee, mevrouw ik zou niet durven om in een bakkerij een poets te bakken.”

Ze keek me zwijgend aan, haar wenkbrauwen naar beneden trekkend. Er tekende zich een diepe fronsrimpel af op haar voorhoofd. Je zou voor minder met dergelijke flauwe woordspelingen. “Maar wist u dan niet,” vervolgde ik om de korte maar ongemakkelijke stilte bij de vlerken te grijpen, “dat Saturnus door satanisten vereerd wordt als de grote onheilsstichter? Esoterisch staat deze ‘planeet’ voor controle, dood en verderf. Satanisten en leden uit de binnenste kringen van loges en geheime genootschappen kennen dit als de Zwarte Zon, een occult symbool van de nazi’s dat ooit nog afgebeeld stond op de vloer van een van de ruimtes in kasteel Wewelsburg. Daar komt dat bekende liedje overigens vandaan ♫Black hole sun, won’t you come ♪...” Ze keek me nog vreemder aan dan voorheen. Aangezien ik haar bizarre blik weet aan mijn gebrekkige zangkwaliteiten vervolgde ik: “Het Zwarte Zon-symbool is nota bene ook terug te vinden bij de neo-nazi’s in het Oekraïne van een crimineel als Zelensky die zo opgehemeld wordt in de media... In elk geval, deze symbolen worden namelijk zonder dat we het weten ingeladen in ons onderbewustzijn en de eraan verbonden gedachten die oppoppen bij talloze beesten – tja zo noemen ‘ze’ ons – zijn dan niet hun gedachten maar hetgeen hen ingeplant werd. In de Protocollen staat het volgende ergens vermeld:

 

Deze beesten van niet-ingewijden weten niets. Zij zijn bij de

doorvoering van hun plannen gewoonlijk tevreden en merken

niet, dat deze plannen niet van hen afkomstig zijn, maar hun

door ons werden ingegeven.

 

“Zou het dus – met deze kennis in ons achterhoofd – niet kunnen dat ‘ze’ ons via dergelijke ‘sfeerbeelden’,” en ik wees opnieuw met mijn wijsvinger naar de desbetreffende foto, “niet alleen op een duivelse wijze willen programmeren via energetische verbindingen die we onbewust aangaan maar ons ook tonen dat Satan aan zijn opmars bezig is?”

-“Wat een hoop gebakken lucht!” kreeg ik op mijn brood. Ik kon niet goed opmaken of haar woordspeling een cynische reactie was op mijn voorgaand flauw woordgrapje. “Meneer u kijkt echt teveel science fiction,” vervolgde ze snel en met de nodige overtuiging. “Satan,” – ze durfde de akeligheid blijkbaar een naam te geven – “die ons programmeert via symbolen!? Heb je nou ooit...” klonk ze gemelijk.

-“Kent u de Chinese wijsgeer Confucius?” Het leek alsof ze dacht dat ik het gesprek een andere wending wou geven.

-“Ja, die ken ik zeker!” Ik proefde een minachting in haar blik alsof het een vanzelfsprekendheid is in een verkindste samenleving dat de eerste de beste die je tegenkomt op de hoogte zou moeten zijn van Chinese wijsgeren.

-“Awel, dan weet u misschien ook dat Confucius meer dan tweeduizend jaar geleden ooit zei dat symbolen de wereld besturen en niet woorden en wetten. Althans in veel mindere mate. Dit komt omdat symbolen continu inspelen op de onbewuste geest door zijn informatie energetisch over te brengen. De kubus, het eenoog en tal van andere Saturnussymbolen zijn tegenwoordig overal om ons heen, maar iedereen kijkt wel maar niemand ziet iets.”

-“Geloof jij alles wat een Chinees tweeduizend jaar geleden zei? Nogmaals, hoe kunnen symbolen nu een negatieve invloed op onze geest uitoefenen?” Ze lachte een beetje meewarig.

-“Awel, dat komt omdat alles in dit kosmische internet waar wij in ‘leven’ bestaat uit informatievelden,” probeerde ik haar bij te brengen, “dus ook planeten en de symbolen die erop afgestemd zijn. Ze wisselen hun energie uit met het kosmische veld. Dat interactieproces beïnvloedt op zijn beurt de perceptuele staat van alles wat met die velden in interactie is – dus ook met ons, tenzij we eindelijk geestelijk ontwaken. Dan staan we boven deze geestelijke manipulatie van onze vijf zintuigen en kunnen we eindelijk uit deze matrix breken.”

-“Informatievelden, matrix, geestelijke manipulatie. Sorry, maar ik versta er niets van, meneer. U bent precies één van die complotdenkers. In mijn aangetrouwde familie zit ook zo iemand.” Ze keek plots over de ovenverse vlaaien, bonbons en de taart met drie verdiepingen door het vitrineraam naar buiten alsof ze de richting wou aangeven waar die wappie zich min of meer bevond. “Met die mensen,” vervolgde ze “kun je dus geen fatsoenlijk gesprek meer aangaan he!” Haar geknik vol ongeloof golfde over de taart met hoogmoedswaanzin. “We hebben het hier bovendien over een onschuldige foto op de voorpagina van een weekkrantje dat ons gewoon wil informeren over een leuk sportevenement. Het krantje is bovendien ook nog eens gratis. Blijkbaar is het nooit goed voor mensen zoals u.”

-“Tja, ik heb natuurlijk niets tegen gratis of tegen sportevenementen an sich. Maar wat als hier nu eens een verborgen agenda achter steekt? Namelijk dat deze door iedereen gelezen krantjes ons kunnen sturen? Ze gaan – om in de sfeer te blijven – als warme broodjes over de toonbank, juist omdat ze goedkoop of gratis zijn, nietwaar?”

-“Ach... ons sturen, ons sturen. Alsof wij niet voor onszelf kunnen denken. Hoort u zichzelf nog wel bezig?”

-“Nochtans heb ik dat eveneens gelezen in de Protocollen. Ergens staat er namelijk geschreven:

 

Wat wij zullen uitgeven zal heel goedkoop zijn en door

iedereen gelezen worden waardoor we de mensen in de

door ons gewenste richting opvoeden.

 

Ze leek even in gedachten verzonken. Alsof ze het kleine doch wezenlijke verschil zocht in betekenis tussen ‘sturen’ en ‘opvoeden’ om me zo op een denkfout te kunnen 'trakteren'. Ik besloot haar voor te zijn. “Zou het niet kunnen,” vervolgde ik “als we dus naar deze foto kijken – dat ‘ze’ juist willen dat we ons in die massa-evenementen verliezen? Zoals bijvoorbeeld in grote sportwedstrijden? En binnenkort is het weer van dat he: Tour de France, Wimbledon, Olympische Spelen, EK Voetbal en ga zo maar door.” Ik stak met mijn linkerhand het krantje de lucht in en met mijn rechterwijsvinger wees ik wederom naar de foto, in de stiekeme hoop dat ook andere wachtende klanten er iets van zouden oppikken. Vruchteloos. Het was me even ontgaan dat het gros van de mensen tegenwoordig naar beneden kijkt, naar een schermpje.

-“Ze, ze, ze, ze... Wie zijn dat dan die ‘ze’?” reageerde ze met een beschuldigende air, erbij hevig gesticulerend. Ze sprak de woordjes herhalend uit alsof ze het aangeblakerde deeg van een croissant al tongsmakkend uit haar mond probeerde te verwijderen. Aangebakken croissants komen namelijk steeds vaker voor sinds de klimaatopwarming.

-“Tja, mevrouw. Als u dat echt wilt weten zullen we toch even terug moeten aanschuiven van achter in de rij want dat is een hele boterham, om niet te zeggen een heel brood... ‘Ze’ hebben onder meer de Protocollen geschreven en ‘ze’ hebben volledige heerschappij over het kapitaal volgens datzelfde geschrift.

 

Al het geld van de wereld zal in ons bezit zijn, zodat wij

uitgaven niet hoeven te schuwen.

 

Ze 'cake' raar op. Of het door mijn opmerking kwam of door het zojuist aanleveren van vers gebak door het bakkersknechtje kon ik niet goed opmaken.

-“Begint u weer over die Protocollen? Wat voor Protocollen zijn dat eigenlijk?”

-“De Protocollen zou je kunnen zien als... als... ja als dé handleiding van een machtige satanische sekte die heerst van achter de schermen. Ik heb die Protocollen toevallig bestudeerd. Voor mij zijn die gesneden koek.” Ik probeerde met wat woordgrapjes de zware energetische inhoud wat luchtiger te doen aankomen.

-“Satanische sekte?!?” Ze stootte de vragende klanken uit op een manier die duidelijk liet verstaan dat ik beter in de wachtkamer van een psychiater mijn beurt zou afwachten in plaats van aan te schuiven in de wachtrij bij een bakker.

-“Tja hoe zullen we ze noemen?... de Cabal, de Khazaarse maffia, het Luciferiaans Broederschap, het ‘geïllumineerde hoog ingewijde volk’ of misschien kortweg ‘de illuminati’!”

-“Ingewijde illuminati? Wie of wat zijn dat?”

-“Euh... zij die zich verlicht noemen... Oftewel ‘zij’ die handelen in opdracht van de echte onzichtbare macht.”

-“Eerst zeg je satanische sekte en erna dat ze verlicht zijn. Hoort u uw eigen tegenstrijdigheden niet, meneer?” Ze boog plots lichtjes voorover terwijl ze haar gezicht bedekte met beide handen, haar smartphone met haar linkerhand stevig omklemd. Tegelijkertijd schudde ze ostentatief met haar hoofd. Duidelijk een teken om mijn domheid openlijk te tonen. Het leek alsof ze genoegen putte uit haar manier van doen. Wellicht dacht ze een punt gescoord te hebben. Gedachten flitsten door mijn hoofd. Zou ik meer uitweiden of niet? Ik besloot terug naar de kern van de zaak te gaan. De foto.

-“Tja... dat is een te lang verhaal om uit te leggen... Maar om terug te grijpen naar die grote sportevenementen. Misschien zijn die toch niet zo onschuldig als ze eruitzien... tenminste als we de Protocollen mogen geloven.”

-“Waarom dan? Zijn ‘ze’,” – het cynisme in haar stem werd kracht bijgezet door het ostentatief uitbeelden van aanhalingstekens met haar vingers bij het woord ‘ze’ – die de Protocollen opgesteld hebben dan sportjournalisten?”

-“Nee, dat denk ik niet. Althans dat zou me verbazen,” probeerde ik serieus te blijven.

-“Awel, dan. Schoenmaker blijf bij uw leest. Jij komt toch ook naar hier om een brood te kopen. Daarvoor ga je toch ook niet naar de slager hier om de hoek. Zo moeten diegenen die de Protocollen in elkaar steken niets schrijven waar ze geen verstand van hebben.”

-“Daar heeft u een goed punt. Echter, ik kan alleen maar zeggen dat – sportjournalist of niet – in de Protocollen geschreven staat:

 

Opdat het volk niet tot rustig nadenken komt, zullen wij ze door verstrooiing,

spelen en ontspanning van hartstochten afleiden.

Spoedig zullen wij alle mogelijke wedstrijden uitschrijven op

het gebied van de kunst en de sport. De belangstelling voor

deze dingen zal hen dan definitief afleiden van de vraagstukken,

waarin onze belangen tegenstrijdig zijn aan de hunne.

 

“Mevrouw, zou het dus niet kunnen dat het allemaal draait om afleiding zodat ‘ze’ vrij spel hebben?” Plots werd ik zelf even afgeleid. Afleiding is het brood van de schrijver, schreef Remco Campert ooit. Rijzende gedachten flitsten door mijn hoofd terwijl ik de baliebediende haar stem hoorde verheffen: Wie mag de volgende zijn? Ik keek rondom mij maar zag dat het mijn beurt nog niet was. De dame naast me had wat dat betreft gelijk: het is namelijk erg druk bij die bakker op ‘Zondag’... Zijn broodje zal vast wel al gebakken zijn ondanks de crisis, bedacht ik me. Er zijn toch nog ambachtelijke bakkers die zodanig goed hun brood verdienen dat ze het zelfs kunnen beleggen. Maar ik bedacht me eveneens deze woordspelinkjes voor mezelf te houden. Een woordgrapje teveel zou mijn belangrijke boodschap kunnen verknoeien.

-“Meneer, en ik zou zomaar moeten geloven wat u zegt? Als dat zo was, zouden we dat dan niet allang geweten hebben? Ik kijk elke avond trouw naar het journaal en daar ben ik die zogenaamde Protocollen van u nog nooit tegengekomen hoor. En ik veronderstel de anderen hier ook niet.” Ze maakte met opgeheven arm een cirkelend gebaar met haar hand rondom de andere wachtenden. “Dus wie is hier verkeerd geïnformeerd?” Ze leek plots erg zelfverzekerd.

-“Nee, nogmaals; u moet me zeker niet geloven. Ik zou niet willen dat iemand mij zomaar gelooft. Er lopen al genoeg malloten rond die dat per se willen, nietwaar? Ik noemde gewoon een artikel op uit die befaamde Protocollen die vanzelfsprekend niet op het journaal besproken worden, tenzij om u te doen geloven dat het verzinseltjes zijn.” Ze kwam een stapje dichterbij terwijl haar ogen snel rondflitsten, waarschijnlijk om te zien of iemand haar bewust gedempte maar gebeten opmerking zou kunnen opvangen: “Alsof een artikel uit een zogenaamd Protocol de waarheid in pacht heeft. En wat is er bovendien mis als mensen samenkomen tijdens grote evenementen en er zich amuseren? Zeg me dat eens! Awel!?” Ze klonk duidelijk gefrustreerd. Ze maakte een indruk alsof ze een week gevast had en naar me hapte alsof ik eruitzag als een versgebakken niet aangebrande puddingcroissant. “Bovendien worden die groepen en die evenementen gesubsidieerd door de overheid. Zij staan er niet voor niets achter. Aan asociale mensen hebben we niets.” vervolgde ze. In één schwung zette ze terug een stapje opzij. Het leek alsof ze door haar mening te ventileren iets van stoom had afgeblazen.

-“Dus u denkt dat een moloch als de overheid het goed met ons voorheeft omdat ze geld pompt in grote evenementen? Zou het nu net niet de bedoeling zijn om – in plaats van gesubsidieerd op te gaan in de menigte – zoveel als mogelijk je eigen weg te bewandelen? Komen we als mens immers niet uniek en alleen ter wereld? Blijkbaar word je als je niet blindelings meedoet met de groep nogal eens bestempeld als een asociaal iemand. U stuurt hier blijkbaar ook al op aan. Maar in werkelijkheid is asociaal gedrag een vorm van publiekelijk gedrag, waarbij men geen rekening houdt met andere mensen of de omgeving. Iemand die zijn eigen leven op een vredige en liefdevolle manier wil leiden en in harmonie met het universum, is voor zover ik weet geen aso maar een gelukkige eenzaat. Hebben ‘ze’ ons niet doen geloven dat individualisme en een besef van één-zijn onverenigbaar zijn? Dit terwijl deze twee ogenschijnlijk tegenovergestelden altijd opereren binnen een harmonieus geheel. Ik weet niet of u filosofe Gescinska kent, maar zij verwoordde dit ooit prachtig door te stellen dat ‘in het gedeelde gevoel van alleen te zijn de verbondenheid groeit’. Is het uiteindelijk niet dit wat we allemaal willen ervaren? Zou dat kunnen lukken als we ons verliezen in die massa-evenementen volgens u? Bovendien, de wrange ironie van de zaak is dat er beduidend meer asociaal gedrag tentoongespreid wordt in groepen. En het zijn vaak deze die graag gesubsidieerd worden door de overheid. Zou dat toeval zijn, denkt u?” Ik had het onterechte gevoel dat alle ogen in de winkel op me gericht waren na deze korte monoloog. De meesten zaten immers nog steeds te tokkelen op hun smartphone. Ik had niet de indruk dat iemand – op een man van middelbare leeftijd na die ik links van mij voelde gluren met schuwe verbazing  – er ook maar iets van opgepikt had, ondanks mijn slecht in toom gehouden gedrevenheid. Het deed me denken aan een beangstigende studie van National Trust, die ik onlangs onder ogen kreeg, waarin aangetoond werd dat sinds de invoering van de smartphone het gros van de volwassenen totaal geen aandacht meer heeft voor de omgeving.

-“Je moet nu niet overal iets achter zoeken, he meneer,” declameerde ze met een plots gezwollen stem alsof ze van een verborgen teleprompter aflas. Deze lege opmerking kwam op me over alsof ze op dat moment even niet kon putten uit haar zak met tegenargumenten.

-“Kent u het gezegde: als je je gezondheid verliest, verlies je een beetje maar als je je karakter verliest blijft er niets meer over. Is dat niet wat er met al die ‘individuen’ rondom ons is gebeurd door karakterloos en gesubsidieerd in elkaar op te gaan? Heeft u al eens iets gelezen van pedagoog Bernard Lievegoed? Hij schreef ooit dat dit vluchten in de horde het gevolg is van een mislukte identiteitsvinding. Zou een overheid miljoenen mislukte identiteitsvindingen niet goed uitkomen? Zouden ze daarom zo gretig groepen bedienen met hopen geld, nota bene bijgedrukt, zodat we onze ware identiteit maar niet zouden kunnen ontdekken of herontdekken?” Ik zag haar nadenken. Het was duidelijk een inzicht dat ze nog nooit gehoord had. Ik vervolgde: “Ik weet niet of u dat weet maar er is namelijk een spirituele wet dat de ‘donkere machten’ ons alles moeten laten zien. Zou het toeval zijn dat ‘ze’ ons ook meedelen waar onze kracht dan wel ligt? Maar dan moeten we wel de juiste boeken lezen, nietwaar? Ergens staat er in artikel 16 van het vijfde Protocol zoiets als:

 

Er is niets gevaarlijkers dan de persoonlijke energie; wanneer

zij verstand achter zich heeft, is ze machtiger dan miljoenen

ontwortelde mensen die zich verenigen in demonstraties.

 

“Bovendien, bij mijn weten hebben eenzaten nog nooit voor verdeel en heers gezorgd, laat staan een oorlog veroorzaakt, toch? Zou het dan toevallig zijn dat ‘ze’ – ja sorry ‘ze’ – zo graag geld vrijmaken hiervoor? Immers, wat zegt die handleiding van die satanische sekte?

 

Wij hebben hen ondergedompeld in de droom, dat het individu

in een symbolische eenheid, in het collectivisme, moet opgaan.

Zij hebben niet begrepen en zullen nooit begrijpen, dat deze

droom in tegenspraak is met de grondwetten der natuur,

die van de schepping der wereld alleen elkander verschillende

wezens heeft voortgebracht om iedereen zijn bijzondere

individualiteit te verlenen. Bewijst niet het feit, dat wij de

mensheid tot zulk een waanidee brachten, met verbluffende

duidelijkheid, hoe weinig hun verstand in vergelijking met

het onze ontwikkeld is?

 

Ik zag dat voornamelijk die laatste zin haar innerlijk razend maakte. Een onbedaarlijke neiging om de tent bij elkaar te schreeuwen maakte zich bijna van haar meester. Psychologen zouden dit fenomeen wellicht scharen onder ‘kortsluiting onder de hersenpan te wijten aan zware cognitieve dissonantie’. In elk geval; de kleur van haar gezicht leek nog amper te onderscheiden van de vuurrode geglazuurde plavuizen.

-“WAT EEN ONZIN ALLEMAAL!!” riep ze luider dan ze zelf had verwacht. Ze schrok van de hardheid van haar steeds meer geoxideerde stem. Ze keek schichtig om zich heen alsof ze wou polsen wie haar vleesgeworden woede eventueel opgevangen had. “Je kunt dat wel allemaal zo roeptoeteren,” vervolgde ze snel, haar stem ditmaal gewikkeld in een fluwelen doek, “maar het is wel dankzij de solidariteit van de Vlaming en de Nederlander dat we corona in onze contreien samen overwonnen hebben he. Samen hebben we meer dan twee jaar gestreden om het virus klein te krijgen en dat is ons eindelijk gelukt dankzij het consequent opvolgen van de opgelegde maatregelen. Zo te horen hebben we onze vrijheid niet teruggewonnen door figuren zoals u. Dan waren we nu nog met mondkapjes rond aan het lopen," eindigde ze haar betoog met een ietwat gemaakte kalmte.

-“Ik heb inderdaad niet meegedaan aan al die onzin. En ik kan u zeggen dat ik trots ben dat ik niet gezwicht ben voor die leugens en die tirannie, ook al heeft het me mijn goedbetaalde baan gekost en tal van vrienden, enfin zogenaamde vrienden. Heeft u zich nooit afgevraagd of ‘ze’ misschien een virus verzonnen zouden kunnen hebben teneinde ons met een goedje te injecteren dat ons niet alleen ziek zal maken maar ook aan hen doet onderwerpen?”

-“Meneer, ik... dat... Maar... er is... Dit kan...” Ik besloot mijn uitspraak snel te staven met een ander artikel uit de Protocollen.

-“Maar wat als ik u zeg dat we ook dit kunnen terugvinden in dit honderd jaar oude document? Er staat immers:

 

Wij zullen ziekten bij hen veroorzaken door het inenten met

bacillen. Het zal hen zo afmatten dat men geen andere uitweg

uit de ellende ziet dan zich aan ons te onderwerpen.

 

-“Ziekte veroorzaken door inenten met bacillen???? Asjemenou! U draait werkelijk alles om, he! U heeft zeker ook geen tv?? Net als die wappie in mijn familie. Als u de tv ingeschakeld had, dan zou u nu niet zo dom praten! Hebt u die afgrijselijke beelden dan niet gezien van al die zieke mensen die getroffen werden door dat gevaarlijke virus!? Maar u trekt zich daar niks van aan. Lekker gezellig uw goesting doen. Hoeveel oma’s zijn er door uw toedoen al gestorven, he?! Vertel het eens!! Ik ken nog zo een omakiller in de familie!”

-“Sorry, maar u draait de zaken om. Ik zou u kunnen aantonen dat tal van ouderen gestorven zijn door eenzaamheid en dat het virus verzonnen werd om mensen te kunnen injecteren met zooi. Bovendien zijn degenen die zich hebben laten prikken met niet alleen bacillen maar ook met CRISPR-CAS-12 en grafeenoxide al getranshumaniseerd. Alleen zullen ze waarschijnlijk nooit meer in staat zijn dit door te hebben.” Ze leek niet te horen wat ik zei. Ze ging verder alsof ik niets gezegd had.

-“Ik heb zelf elke dag de coronastatistieken opgevolgd in de krant, meneer. En die zagen er op een bepaald moment echt schrikbarend uit. En inderdaad, misschien is de ‘Zondag’ een gratis flutkrantje maar niet onze kranten waar we op geabonneerd zijn. Dat zijn wel degelijk onafhankelijke kwaliteitskranten.”

-“Ah u leest onafhankelijke kwaliteitskranten?”

-“Jazeker, mijn man is geabonneerd op Het Nieuwsblad en De Standaard. Dat zou u beter ook doen, dan zou u niet zo een gevaarlijke onzin uitkramen. Wij vinden het namelijk wel erg belangrijk om onze geest te voeden met de laatste stand van zaken in de wetenschap en andere informatie over hetgeen in de wereld gebeurt. Van brood alleen kan de mens niet leven, zoals u wel zult begrijpen. Alhoewel als ik u zo bekijk, ik daar toch wel aan twijfel.” Ze klonk erg cynisch. Ze leek ook genoegen te hebben in haar pientere woordspeling.

-“Goed om te horen dat u wilt weten wat er in de wereld gebeurt. U gelooft dus heilig in de wetenschap?”

-“Ja, tuurlijk. Dat zou u beter ook doen.”

-“Dat weet ik nog zo niet. De Nederlandse wiskundige Willem de Sitter zei ooit dat de vragen zijn voor de wetenschap – en vergeef me de woordspeling – het brood des levens, niet de antwoorden. Vandaag geven ze de antwoorden die we moeten geloven, nietwaar? Bovendien, wat als ik u zeg dat ‘sci enti fic’ in het Latijn betekent ‘Weet dat het fictie is’.” Ze keek me aan alsof ik twee hoofden had. Ik besloot terug te grijpen naar haar vermeende kwaliteitskranten. “Maar u bent dus echt van mening dat u onafhankelijke nieuwsbronnen tot u neemt?” Terwijl ze trachtte te bekomen van mijn vorige opmerking antwoordde ze:

-“Ja meneer, in tegenstelling tot u geloof ik wel nog in eerlijke journalistiek. De kranten die wij hebben zijn niet zomaar kranten. Ze komen van journalistieke instituten die een decennialange reputatie opgebouwd hebben. En ik kan weten dat het allemaal klopt hetgeen ze – en voor alle duidelijkheid geen vage ‘ze’ maar welopgeleide journalisten – schrijven, want bijna alles van wat zij publiceren wordt bevestigd op het zevenuurjournaal!”

-“Mag ik mevrouw nogmaals wijzen op de Protocollen?” Met afschuw draaide ze zich hoofdschuddend van me weg richting de gebaksvitrine alsof ze me duidelijk wou maken dat ze niets meer met mij of met die geschriften te maken wilde hebben. Desalniettemin informeerde ik haar:

 

Wij zullen de media ten toom aanleggen en de teugel strak voeren.

Op dezelfde wijze zullen wij met andere drukwerken handelen. Op weinig uitzonderingen na, waarmee we geen rekening hoeven te houden, is de

pers feitelijk al van ons afhankelijk. Wanneer we de vestiging van tien kranten toestaan, zullen we zelf dertig kranten uitgeven. Minstens één blad moet

scherp tegenover ons staan. Onze tegenstanders zullen dit schijnbare

verzet voor echt houden en hun kaarten voor ons openleggen. Geen bericht

zal dus zonder onze voorkennis openbaar worden. Dit resultaat hebben wij

thans daardoor bereikt, dat alle berichten uit de hele wereld bij een aantal persbureaus samenkomen. Deze zullen geheel in ons bezit overgaan en slechts datgene bekendmaken wat wij hun voorschrijven. Hiermee kunnen we de

openbare mening beheersen. De pers is hol, onrechtvaardig en leugenachtig.

De meeste mensen weten in het geheel niet waartoe de pers eigenlijk dient.

Het zijn domkoppen, die geloven de mening van hun krant te verdedigen.

In werkelijkheid zullen ze slechts onze mening, of in ieder geval één,

die ons welgevallig is verdedigen.

 

“Da’s andere koek, nietwaar?” Ze wendde haar blik af van het gebak en draaide zich terug naar mij zonder me echt aan te kijken. Desondanks trachtte ik oogcontact te maken om te zien of ze hier van terug had. Er viel een korte stilte tot ons stilstaan begon te schrijnen als een eclair in een oven.

-“Ja dat geldt misschien voor dat gratis flutkrantje dat je daar vasthoudt of voor Het Belang van Limburg. Dat is voor het gepeupel. Nogmaals, niet voor de kranten waar wij op geabonneerd zijn! Dat is gewoonweg onmogelijk.” Overtuigend kwam haar argument niet over. Het was alsof ik de cognitieve dissonantie uitgesmeerd zag liggen op haar brein zoals het glazuur op een tompoes.

-“Met alle respect, mevrouw. Zou het niet kunnen dat door de jaren heen de mensen die deze ‘kwaliteitskranten’ lezen compleet gebrainwasht zijn? De grens van het denken van de doorsnee dagbladlezer gaat overduidelijk niet verder dan de witte rand van zijn krant.”

-“Compleet gebrainwasht? Compleet gebrainwasht? Compleet gebrainwasht?” De gepikeerde herhaling maakte duidelijk dat er geen tegenargumenten waren.

-“Niet zo boos worden, mevrouw. Nooit op de boodschapper schieten. Ik zeg maar wat ‘ze’ in de Protocollen schrijven, he. Bovendien zegt een ander Protocol:

 

Wanneer we het thans reeds verstaan hebben de gedachtenwereld

van de niet-ingewijde kringen zodanig te beheersen, dat bijna alle mensen

de wereldgebeurtenissen alleen nog maar zien door de ‘gekleurde brillen’

die wij hun opgezet hebben.

 

-“Ach meneer, ik heb geen zin meer te praten met uilskuikens als u. U denkt werkelijk geen seconde na. Hoe zouden ze in godsnaam zoiets voor elkaar moeten krijgen? Daar is toch geen beginnen aan?!”

-“Heeft u ooit de film They Live gezien?

-“Nee, die film ken ik niet.”

-“Awel, als u niet in mind control of de Protocollen gelooft, dan is het misschien een ideetje die film eens te bekijken. Maar leg wel eerst de gekleurde bril even opzij. In die film, of moet ik zeggen documentaire, laten ‘ze' – ja, nogmaals sorry – ons precies zien hoe ‘ze’ ons die ‘gekleurde bril’ zelf laten opzetten.”

-“Meneer, er is onderscheid tussen fictie en realiteit he. Vindt u het gek als wappies zoals u de waarheid in Hollywood gaan zoeken en mensen die het journaal kijken en hun geesten scherpen door kranten te lezen voor gek wegzetten!” Ze leek trots op haar inzichten die te merken aan haar fierheid zo scherp waren als het snijwieltje van een professionele deegsnijder.

-“Mevrouw, het zijn net de hoofdredacteuren die in de greep liggen van een donkere macht en u moeten doen geloven dat fictie waarheid is.”

-“Nogmaals, hoe wil je in godsnaam zoiets klaarkrijgen.”

-“Awel, via onder meer loges die gecompartimenteerd opgebouwd zijn. Ik ken het citaat niet meer precies van buiten – ik hoop dat u me dat niet kwalijk neemt – maar ergens staat er in de Protocollen:

 

Voordat wij echter tot de macht zijn gekomen, zullen wij in alle

landen vrijmetselaarsloges oprichten. Wij zullen in deze loges

– die we in één hoofdleiding zullen samenvatten – allen halen,

die in het openbare leven een vooraanstaande rol spelen of

kunnen spelen. Deze loges zullen het voortreffelijkste middel zijn

om inlichtingen te verkrijgen en invloed uit te oefenen. Wij zullen

alle loges in één hoofdleiding samenvatten, die alleen aan ons

bekend zijn en uit onze ‘wijzen’ zal bestaan. De loges zullen haar

voorzitters hebben om ons, de eigenlijke leidende personen te

verbergen. Slechts deze hebben het recht het wachtwoord uit te

geven. De tegenwoordige journalistiek is een soort vrijmetselarij.

Alle leden van de pers zijn onder elkaar door het beroepsgeheim

verbonden. Evenals bij de waarzeggers in de oudheid geeft geen

van deze leden het geheim prijs, wanneer zij hiervoor geen

opdracht krijgen.

 

-“Haha, meneer u heeft teveel avonturen van Anatool en Krimson gelezen én te veel Protocollen. Daar is niet veel verschil in zo te horen.”

-“Tja, iedereen mag denken wat ie wil. Maar of dat zijn of haar eigen gedachten zijn is nog maar de vraag, nietwaar?” knipoogde ik.

-“Tuurlijk denk ik voor mezelf!! Wat denkt u nu wel!” De lucht van versgebakken brood moest even het onderspit delven voor het stinkende gif dat opwalmde uit haar venijnig uitgeslaakte woorden.

-“Ik hoop het maar voor u mevrouw. De Protocollen zeggen – en nogmaals schiet niet op de boodschapper:

 

Deze domkoppen, die geloven de mening van hun krant te

verdedigen, zullen in werkelijkheid slechts onze mening, of in

ieder geval een, die ons welgevallig is, verdedigen. Deze aanvallen

zullen tegelijkertijd daartoe dienen, het volk te doen geloven, dat

het vrijheid van spreken bezit. In het besef van deze feiten zullen wij

tot ons voordeel het laatste zweempje van het zelfstandige denken

uitwissen, dat wij al sinds lang in de voor ons noodzakelijke richting

hebben geleid.

 

Ik voelde dat de gemoederen evenredig oplaaiden met de hete broodovens die enkele meters van ons vandaan waren. Gelukkig werd de conversatie even onderbroken door de sonore trillingen van de winkelbel die automatisch luidt bij het openen van de deur. Er kwam weer een nieuwe klant binnen. Het harde geluid van de bel leek wel of ie letterlijk met de deur in huis viel.

-“Meneer, u bakt het wel erg bruin,” hoor ik haar inhaken op de natrillingen van de bel. “U zou beter dankbaar zijn om te mogen leven in het vrije westen.” Het leek alsof ze het gesprek een lichtjes andere wending wou geven. Om verlost te worden van de pijnlijke waarheid.

-“U bent dus van mening dat we vrij zijn en vrijheid van spreken hebben?”

-“Ja, tuurlijk!”

-“Maar wat als men u nu heeft doen geloven dat u vrij bent maar in werkelijkheid een moderne slaaf bent die elke dag meer uitgeperst en ontzield wordt?”

-“Moderne slaaf?!? Ontzield?!? Ach ga toch weg!”

-“Mevrouw, dat zou toch zonde zijn, ik sta al tien minuten in de rij aan te schuiven.”

-“Ja, steek er nog maar wat de draak mee!”

-“Het zou nochtans niet slecht zijn als we inderdaad Leviatan zouden steken.”

-“He?”

-“Laat maar... maar hetgeen ik net zei staat nochtans in de Protocollen:

 

Wij leggen vrijheid zo uit: vrijheid is het recht om te doen wat

de wet toestaat. Deze uitleg van het begrip legt de vrijheid volledig

in onze hand, omdat de wet datgene zal vernietigen of oprichten

wat wij voor gewenst houden. O ja, zo groot zal de illusie van

vrijheid zijn, dat ze nooit in de gaten krijgen dat zij onze slaven zijn.

 

Er viel een korte stilte die knapperde als gemorst bakkerszout. Waar een foto in een krantje zoal toe kan leiden...

-“Ach meneer, u bent een wetteloze zeurpiet. We hebben het nog nooit zo goed gehad als vandaag de dag! Ik geloof in onze democratie en binnenkort zijn er trouwens verkiezingen. Als u het niet eens bent met hoe de zaken gaan, kunt u voor verandering kiezen he.”

-“Een mens heeft alleen de keuze uit zeventien soorten brood. Maar in een stemhokje kies je niets. Tussen kiezen en stemmen is een wereld van verschil. Bovendien, u weet toch dat wanneer u zich aanbiedt met uw identiteitskaart – of moet ik zeggen slavenpasje – aan een stembureau u zich letterlijk akkoord verklaart met het schuldslavensysteem?”

-“Schuldslavensysteem? Omdat ik ga stemmen??” Ze bekeek me op een denigrerende manier alsof ik – voor de zoveelste keer op een handvol minuten tijd – de meest idiote prietpraat verzonnen had.

-“Heeft u nog altijd niet in de gaten dat dit politieke systeem op poten gezet is door een macht achter de schermen om ons te verdelen en in slavernij te houden? Weet u dan niet dat wanneer je je stem uitbrengt je dit doet als burger en niet als autonome man of vrouw. Je burger is gelinkt aan het rijksregisternummer dat gebaseerd is op het door de Cabal opgezette maritiem recht om van ons onwetende slaven te maken. Als u dus gaat stemmen geeft u dus letterlijk uw stem weg en dus ook uw autonomie aan een bende meedogenloze psychopaten. Ik ken een auteur die schreef dat de wereld beheerst wordt door psychopaten, bestuurd door idioten en ondergaan door onwetenden.”

-“Psychopaten, idioten, onwetenden. U moest beschaamd zijn dergelijke woorden te gebruiken. U zou beter in plaats van hier wat aan te schuiven, hiertegenover in het Kruidvat een bol zeep kopen om uw mond te spoelen! De meeste politici waar u zo denigrerend over praat hebben allemaal universiteitsgraden. De meeste zijn advocaat, ingenieur, professor, academicus en noem maar op. Wat heeft u eigenlijk gestudeerd? Zeg eens! Nu ben ik echt wel eens benieuwd.”

 

 

Wordt vervolgd...

 

 

erwin



“Hoe graag zou ik blijven lezen en lezen; dat is voor mij als het ware de weg terug.

 Maar toch geloof ik dat ik alleen maar verder kom met geduld,

 op die lange en moeilijke weg waarop ik de dingen zelf moet doordenken.”

-Sören Kierkegaard, Deense filosoof (1813-1855)


535 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

STASI 2.0

Comentarios


bottom of page